Blog

BLOG

Update Blog

By filosoof Ignaas

Foto: Michiel Hendryckx

Column 16 van Ignaas Devisch:

 

Lopen als metafoor voor het leven

 

In 2010 liep een gek 365 dagen na elkaar een marathon. Vooraf geloofde daar ongeveer niemand in en zelf wist hij evenmin waar hij zou uitkomen. Maar de meesten waren het er over eens: onmenselijk, gek en onverantwoord.

Toen het einde van die 365 dagen naderde – infeite waren het er veel meer want door een blessure moest deze gek van nul herbeginnen – gebeurde er iets merkwaardig in het commentaar op dit project. Steeds meer hoorde ik mensen zeggen dat ze ‘er altijd al hadden in geloofd’ of ‘vooraf zeker wisten dat hij het zou halen’. Voer voor sociale psychologie is dat. We liegen graag ons leven bijeen. Zoals bij de allereerste concerten van succesvolle rockgroepen: mocht iedereen die later zegt dat hij erbij is geweest, er daadwerkelijk bij geweest zijn, de kleine concertzaal was hopeloos te klein. Succes trekt mensen aan. Henny Vrienten en Herman Brood zongen er op ironische wijze een prachtig lied over: ‘Als je wint heb je vrienden, rijen dik, echte vrienden’.

Terug naar het lopen. Bij de 100 dagen marathon zei iedereen bij voorbaat het omgekeerde van toen: hij zal het wel kunnen. Maar zo vanzelfsprekend is dat niet. Weeromstandigheden, ziektes, blessures, het lijf dat niet mee wil, noem maar op. En de weg is altijd lang en hard, hoezeer je ook getraind bent, hoe sterk je in je hoofd bent. Maar kijk, het is voorbij, het is gelukt. Vanzelf ging het zeker niet maar het is een succes geworden.

Bij de vele mensen die zich toen (365) en nu (100) echt voelden aangesproken en ook daadwerkelijk hebben meegelopen, gaat het niet daarover. Niet succes maar groepsgevoel en elkaar voortstuwen zijn de hoofdmotieven in het commentaar aan de zijlijn. Terwijl we er allemaal prat op gaan ons eigenste leventje te leiden en niet toelaten dat andere zich ermee bemoeien, is de hang om ergens bij te horen zeer sterk. Veel traditionele banden – familie, job voor het leven, vrienden – zijn minder vanzelfsprekend geworden, en dus is samen sport doen een ideale manier om het groepsgevoel te versterken.

Groepssport bekleedt een unieke plaats in onze maatschappij. Het is een plaats waar sociale rangorde of diploma geen rol spelen en waar je op een zeer toegankelijke en informele manier mensen kan ontmoeten en nieuwe vriendschapsbanden kan smeden. Alleen zijn kan best wel leuk zijn natuurlijk, maar we blijven sociale dieren. Zoals de Franse filosoof Jean-Luc Nancy schrijft: om alleen te zijn moet je met twee zijn. Anders gezegd: run2gether.

 

 

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 15 van Ignaas Devisch:

 

De laatste loodjes

 

Van alle clichés die we kennen – ‘stilstaan is achteruitgaan’, of nog erger, ‘na regen komt zonneschijn’ – is ook de volgende uitspraak ons allen welbekend: de laatste loodjes wegen het zwaarst. Over de etymologie van het spreekwoord is geen consensus, maar de meeste verklaringen gaan in de richting van ‘loodje’, een stukje lood dat gebruikt werd tijdens het wegen waarbij de laatste kleine gewichtjes – loodjes – de doorslag geven en dus met grote precisie moet worden ingezet. De interessante paradox is dus dat wat het minst weegt, het meest van ons vraagt.

Die ervaring kennen we op vele terreinen. Denk maar aan de examenperiode en hoe de meesten zich naar de eindmeet slepen. Als we er bijna zijn lijkt de frustratie dat het nog niet afgelopen is veel groter omdat we de tijd veel bewuster beleven. Wie op automatische piloot leeft, staat niet stil bij iets. Dat is een handig psychologisch mechanisme om onszelf te wapenen tegen moedeloosheid. Dan zeggen we ‘blik op oneindig en gewoon doen’. Terwijl het dat vaak niet is, maar we laten dan nog niet toe om aan het einde te denken.

De vraag blijft overeind of de laatste loodjes nu lastig zijn omdat je daarvoor al veel hebt gedaan, dan wel dat je de laatste loodjes als lastig ervaart omdat je weet dat het de laatste zijn. Kortom, is onze mindset anders door het besef dat iets bijna gedaan ? Neemt ons ongeduld toe als we ergens bijna zijn? Een beetje zoals weten dat je over x aantal weken met vakantie gaat. De laatste week weegt dan altijd even zwaar door omdat het nu eenmaal de laatste is.

Natuurlijk moeten we altijd de feiten in ogenschouw nemen: wie een aantal keren dezelfde handeling herhaalt, verlangt ernaar om iets anders te doen – enkele uitzonderingen niet te na gesproken. Het repetitieve karakter van iets, werkt vaak afstompend op ons in. Maar omdat het einde is in zicht lijkt het ook vaak alsof net dan ons doorzettingsvermogen meer op de proef wordt gesteld dan wanneer je nog vele keren iets moet doen. Dan laat je jezelf nog niet toe te denken aan wat er na de routine komt. Maar wanneer het einde in zicht is, wordt dat denkproces over het ‘wat hierna?’ op gang getrokken en groeit het verlangen om er zo snel mogelijk vanaf te zijn.

Honderd is een magisch getal, tenzij voor wie honderd marathons loopt. Dan is honderd een gigantische test van je doorzettingsvermogen. Uitspraken als ‘ach, het zijn er maar zeven meer’ zijn redelijk nonsensicaal. Het zijn er nóg zeven. Als iemand je tijdens een marathon rond kilometer 35 toeroept met ‘ach, het zijn er maar zeven meer’ dan is de kans groot dat je die persoon ter plekke te lijf wil gaan, ware het niet dat je je energie beter opspaart voor het lopen zelf.

Welaan marathonman, ik zal je voor één keer een advies geven: denk nog niet aan wat hierna komt, loop je laatste week alsof het je eerste is. En voor je het weet – nou ja – zijn de laatste loodjes ook voor jou gewogen.

 

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 14 van Ignaas Devisch:

 

 

Karakter

 

In sport moet je vooral op je karakter en je doorzettingsvermogen beroep doen als de rest je in de steek laat. Wie zich niet voorbereidt heeft weinig aan een of andere vorm van onverzettelijkheid. Maar wie traint en de andere randvoorwaarden in orde maakt, kan een verschil maken door daarnaast ook nog eens karakter te tonen. Of gewoon, om iets vol te houden. Het lopen van een marathon bijvoorbeeld.

Kun je karakter trainen of kweken? Je kan er aan werken, jazeker, maar karakter blijft een complexe zaak. Het cliché wil dat je van tegenslagen sterker wordt. Dat is maar zeer de vraag. Alles hangt af van de grootteorde van een tegenslag. Wie een kind of een naaste verliest in een tragisch ongeval zal daar misschien veel slechter uitkomen dan voorheen en nooit meer dezelfde zijn. Niettemin zit er soms in ons een vreemde kracht die ons vooruit kan stuwen en mee tegenslagen doet verwerken of overwinnen. Door in sport voluit te gaan en net daardoor tot extra inspanningen in staat te zijn, kun je in het dagelijkse leven ook stappen vooruit zetten.

Karakter dus. De filosoof Epicurus (341 - 270 voor onze jaartelling) stond erom bekend te streven naar een vorm van gemoedsrust, samengevat met de term ataraxia. Ataraxia kun je omschrijven als een vorm van onverstoorbaarheid waarbij iemand zichzelf vrijmaakt van zorgen en zich emotioneel niet laat leiden door andere zaken dan nodig. Volgens Epicurus was het bereiken van gemoedsrust een goeie opstap om te komen tot het uiteindelijke doel in het leven, het bereiken van hêdonê of genot. Niet dat alles daarmee vreugde ende jolijt was, maar Epicurus ging ervan uit we bij fysieke pijn een tegenwicht kunnen oproepen door te denken aan aangename dingen die we meegemaakt hebben.

Zoiets heet vandaag mentale kracht. Wie een marathon loopt, weet waarover we spreken, en vooral dat zoiets als een positieve spiraal kan werken: wie iets volhoudt, voelt zich daardoor gesterkt, en slaagt er vervolgens in om ook op andere vlakken zijn mannetje of haar vrouwtje te zijn.

 

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 13 van Ignaas Devisch:

 

Eten

 

Over (sport)voeding is al veel inkt gevloeid. Wat je allemaal niet mag eten, wat je moet naar binnen werken, noem maar op. Van de grootste nonsens tot nuttige tips, je leest het allemaal, en het is moeilijk om door het bos de bomen nog te zien. Afgelopen weken zette Prof. Patrick Mullie (VUB) nog even de puntjes op de i door te wijzen op de wetenschappelijke onzin waarop vele populaire diëten gebaseerd zijn. De ene keer geen koolhydraten, dan geen vetten, dan geen suikers, vaak is het op los zand gebaseerd.

Natuurlijk zijn er vaste waarden wat sportvoeding betreft: de dagen voor een marathon moet er worden gestapeld zoals dat heet, en tijdens de marathon moet het energiepeil op niveau blijven, met eten en drinken; en recupereren doe je ook best op een verantwoorde manier, zeker als je de dagen erna weer moet of wil sporten. Dan eet je veel en gericht omdat je veel energie nodig hebt.

Maar door de stortvloed aan adviezen kan een mens al eens het noorden kwijtraken, of dwaze dingen doen. De eerste keer dat ik aan een loopwedstrijd deelnam had ik me twee uur daarvoor nog volgestouwd met pasta. Resultaat? Een overvolle maag en een misselijk gevoel (over het resultaat spreek ik al helemaal niet). Sindsdien ontbijt ik de dag van een marathon net zoals ik doe op andere dagen: boterhammetje met confituur, koffie, stukje fruit en wat yoghurt, krantje lezen.

Al bij al sportvoeding niet zo complex om mee om te gaan; zolang we spreken over amateursporters. Vele marathonliefhebbers lijken nochtans stilaan op asceten. Elke lepeltje voeding wordt vakkundig afgewogen en beredeneerd klaargemaakt. Alles voor de sport, weet je wel. Ik zou zeggen: kwel jezelf dan niet met 100 supplementen en havermoutdiëten. Eet net voor het sporten en zeker ook niet tijdens de wedstrijd geen dingen die je niet kent of niet gewoon bent. En verder is het een kwestie van jezelf wat te leren kennen. Iedereen reageert op een andere manier op voeding. Sommigen verteren snel, anderen hebben een gevoelige maag, you name it. en verder? Doe vooral gewoon (en nee, dat is niet hetzelfde normaal, zoals Rutte uit Nederland afgelopen week beweerde want dat was van hetzelfde schabouwelijke niveau als de vele flopdiëten die ons om de oren vliegen).

Een amateur betekent letterlijk een liefhebber, iemand die iets doet voor zijn genot. En eten, dat is behalve een noodzakelijke aangelegenheid, ook genot. Laat het dat maar blijven.

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 12 van Ignaas Devisch:

 

Het goede, het ware en het schone

 

De meeste antieke Griekse filosofen gingen er vanuit dat het ware (kennis), het goede (ethiek) en het schone (esthetiek) met elkaar waren verbonden. Als iets waar is, dan is het ook goed en meteen ook esthetisch schoon. Een wiskundige formule bijvoorbeeld, of een wijsgerige theorie. Een goed mens is iemand die op zoek gaat naar de waarheid en die beschouwelijke inzichten leiden tot schoonheid. Enfin, dat is natuurlijk een bijzonder korte samenvatting.

Een atleet, ook al iets waar de oude Grieken de nodige aandacht aan besteedden, moest in principe ook aan deze trits beantwoorden: de juiste dingen doen, gepast handelen om te winnen, en in stijl en schoonheid de sport uitoefenen.

De tijden zijn veranderd, om een huizenhoog cliché te gebruiken. Sport is al lang niet (zonder) meer door die zaken getekend. Natuurlijk hangt alles een beetje af van het soort sport. Bij voetbal is het duidelijk: go where the money takes you. Dan kunnen we ons wel verontwaardigen over het feit dat voetballers poenpakkers zijn, maar wie van ons aan 20 miljoen euro zou weerstaan?

Atletiek, met name lopen, is iets minder door het geldvirus bezoedeld. Maar bovenal, atletiek is pure schoonheid. Iemand die met een perfecte loopstijl een 800 meter afwerkt, of denk aan ‘onze’ Naffy Thiam en hoe zij gracieus aan hoogspringen doet. Natuurlijk, niet iedereen beantwoordt aan de Griekse schoonheidsidealen. Zeker lopers hebben allemaal een eigen stijl: de ene hoekig, de ander stomp, dan weer sierlijk of als een hinde. Zola Budd die liep op blote voeten, Paula Radcliffe maakte bij elke stap een diepe hoofdbuiging, en zo zijn er wel meerdere beroemde voorbeelden. Enfin, op zich maakt de stijl niet zoveel uit, als je maar vooruit raakt. Maar toch: style is never out of fashion. Bovenal herinnert een mooie stijl ons aan het feite dat het goede (lopen), het ware (goed voor de gezondheid) en het schone (afgetraind lichaam) soms wel nog samengaan.

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

 

Column 11 van Ignaas Devisch:

 

Het geluid van de stilte

 

Enkele dagen geleden vroeg Marathonman zich af of hij deze tijdens campagne nog in de sneeuw zou lopen. En kijk, alsof de man een rechtstreekse lijn met hierboven erop nahoudt: het heeft gesneeuwd. En dat is er aan te merken: geschuifel en gekraak onder de voeten, dat is lastig lopen maar voor een mooie omgeving hebben we veel over.

Wat is er zo wonderbaarlijk aan sneeuw, behalve het uitzicht? Het antwoord: de stilte. Pas wanneer het sneeuwt besef je hoeveel lawaai we meestal om ons hoofd hebben: het verkeer dat voorbijraast, maar ook allerlei andere geluiden vullen – of vervuilen – de lucht. Op een ochtend vol sneeuw is er niets leuker dan buiten te wandelen of te lopen zonder verkeer om je heen. Dan hoor je de stilte. In Vlaanderen zijn er omzeggens geen plaatsen meer waar je niets hoort. Onlangs was ik nog met iemand op bezoek bij vrienden die in een afgelegen huis wonen met een stuk bos erbij. Op een bepaald ogenblik zei iemand ‘je hoort hier niets’. Een glimlach op ieders gezicht was het resultaat. Het geluid van de stilte is een ongelooflijk intense ervaring.

Jan de Wilde zingt niet voor niets ‘ ‘k voel me zo gelukkig in de eerste sneeuw’. Ook tijdens het marathonjaar van marathonman, ondertussen al 7 jaar geleden, waren er enkele weken bij van veel sneeuw, harde ondergrond en gladde wegen. Ik herinner me nog dat we ons afvroegen hoe lang die ellende zou duren. Maar kijk, als de sneeuw uitblijft dan missen we ze.

En om nog even door te gaan met het lied van De Wilde: ‘Nu vele jaren later’… Wel, in tegenstelling tot het lied hebben we wel tijd om op te staan en naar buiten te gaan. Dus, voor het weer allemaal voorbij is: ga naar buiten en zoek de stilte op. Veel mooier kan geluid niet worden.

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 10 van Ignaas Devisch:

 

Je hoofd leegmaken

 

Een door lopers vaak aangegeven neveneffect van hardlopen is dat je op die manier je hoofd kan leegmaken. Met deze merkwaardige metafoor bedoelen we doorgaans dat we de dagelijkse zorgen en spanningen even terzijde kunnen schuiven en door ons te ontspannen er daarna beter mee overweg te kunnen.

Nu is er ook een filosoof, de uit Wales afkomstige Mark Rowlands, die daarover een theorie heeft ontwikkeld. Rowlands stelt zich de vraag naar het hoe en waarom van de ervaring van het lopen. Hij omschrijft dit vanuit evolutionair perspectief – de mens als jager-verzamelaar – die nog altijd graag achter zijn prooi aanzit. We zijn dus nog altijd een beetje rennende apen, om het met Darwin te zeggen. Verder geeft hij aan dat een looptraining de meeste voldoening schenkt wanneer het nadenken ophoudt en de gedachten vanzelf opborrelen.

Dat is kortom wat we bedoelen met het hoofd leegmaken. Het is een vreemde ervaring waarom dit gebeurt en wanneer maar op een bepaald ogenblik besef je als lange afstandloper wel eens dat je een tijdlang op automatische piloot hebt gelopen. Je hebt je omgeving wel opgenomen maar je was er met je gedachten niet bij. Hij omschrijft dat als het brein dat in een ‘spaarstand’ gaat en toelaat om de gedachten van overdag los te zetten, ze anders te bekijken, ze te relativeren of te vergeten.

Anders gezegd, lopen is het leukst wanneer we vergeten dat we aan het lopen zijn, wanneer we in een soort van halve bewustzijnsfase door de bossen en de paden snellen en plots beseffen dat we enkele kilometers ver zijn. Soms is lopen een vorm van vergeten om daarna beter te onthouden.

 

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 9 van Ignaas Devisch :

 

 

Een nieuw jaar, een nieuw?

 

Uiteraard begint elk stukje proza bij aanvang van een nieuw jaar met de beste gelukwensen voor het nieuwe jaar. Bij deze ! Het cliché wil dan dat we elkaar een goeie gezondheid toewensen en dat klinkt altijd zo melig en hol, tot de dag dat we ofwel verplicht met onze gezondheid bezig zijn, ofwel dat we er preventief mee aan de slag gaan.

Dat laatste draagt natuurlijk de voorkeur weg en beweging of fysieke activiteit maakt een belangrijk onderdeel uit van een goeie en duurzame gezondheidspreventie. Hoeveel beweging of sport nu goed is voor je gezondheid is een moeilijke kwestie. Niet alle studies gaan daarbij de beste richting uit, maar de meesten houden het toch bij een dagelijkse portie beweging zoals een halfuurtje fietsen als een goeie basis. Wil je daarnaast je conditie aanscherpen of moeten er omwille van gezondheidsredenen heel wat kilo's af, dan is er meer nodig natuurlijk. Wie gewicht wil verliezen, traint best op lage hartslag en probeert dit een tijd vol te houden. Het principe van de lange duurloop zeg maar. Wie echt zijn/haar snelheid wil aanscherpen, heeft een andere training nodig, maar om dat uit te leggen, bestaan er coaches, nietwaar marathonman?

Wat preventie betreft, daarin hinkt België echt zwaar achterop. Onze gezondheidszorg investeert bitter weinig in het voorkomen van gezondheidsproblemen en heel veel in het oplossen van allerlei kwalen en ziektes. Preventie is geen wondermiddel en niet alles kan worden voorkomen, maar toch. In plaats van te wachten op een ander beleid kunnen we beter zelf een omslag maken en meer beginnen bewegen, elk op zijn of haar tempo. Mogelijkheden zat en om te starten met lopen is er heus niet zoveel nodig: goeie schoenen, goed gezelschap en een klein beetje doorzettingsvermogen, en we zijn vertrokken. Et alors?

 

Alvast veel schwung toegewenst dit jaar, loper of niet.

 

 

 

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 8 van Ignaas Devisch :

 

 

Het kilootje te veel?

 

Dezer dagen wordt er veel gegeten én veel gesport. Feesten doen de meeste mensen graag maar steeds meer staan deze dagen ook in het teken van ons gewicht. Sla een magazine open en het gaat erover: enerzijds de oproep om te genieten en alles wat ermee gepaard gaat; anderzijds worden we er voortdurend aan herinnerd dat we tijdens die dagen aan gewicht winnen en daar ook dringend iets moeten aan doen.

Natuurlijk is sport een van de manieren om de balans tussen energie-opname en energieverbruik in evenwicht te houden, maar men kan zich afvragen waarom die quasi religieuze structuur rondom ons gewicht hangt. Met quasi religieus bedoel ik: soms lijkt het alsof eten een zonde is en sport, met name lopen, een vorm van boetedoening. Alsof we door te lopen onszelf de zegen geven dat we daarna mogen feesten.

Is het niet vreemd dat in een samenleving die het katholieke juk van zich heeft afgeworpen, sporters zichzelf in die termen blijven definiëren? Alsof sport een soort van extrensieke motivator nodig heeft om het te doen. Een extrensieke prikkel - je doet een activiteit omwille van een andere reden - is een kwetsbaar uitgangspunt om iets vol te houden want zodra die prikkel wegvalt, bv. de kilo's zijn er af gelopen aan het eind van de maand januari - dan valt ook vaak de activiteit weg. Zo sterven veel goeie voornemens een vroegtijdige dood. Zolang je niet aan sport doet omwille van een intrinsieke reden - bv. omdat het leuk is - zal de kans om het vol te houden niet groot zijn. Anders gezegd, het verschil tussen iets willen (graag doen) of moeten (iets doen omdat anderen het je voorzeggen) zal uitmaken of sport een integraal onderdeel uitmaakt van je dagelijks leven, dan wel iets waar je tijdelijk naar grijpt om jezelf van een of andere andere kwaal (vb. overgewicht) af te helpen.

 

 

Prof. Dr. Ignaas Devisch

Philosophy of Medicine and Ethics

Ghent University - Artevelde University College

Column 7 van Ignaas Devisch :

 

Stilstaan is achteruitgaan

 

De uitspraak kennen we allemaal: wie stilstaat, zou achteruitgaan. Het betekent dat je voortdurend moet verbeteren om niet achterop te raken. Dat klinkt plausibel maar er is een keerzijde aan: jezelf voorbijlopen.

Velen doen aan sport om drukte en gejaagdheid te compenseren. Dat is een verstandige keuze omwille van vele redenen. Ten eerste omwille van je fysieke gezondheid. Velen onder ons hebben een werkdag die er als volgt uitziet: ’s morgens de auto instappen om al zittend naar het werk te rijden; vervolgens 8u zitten aan je bureau want we zijn bijna allemaal schermwerkers geworden; daarna terug de wagen in richting thuis, om de dag al zittend in de zetel te eindigen om te bekomen van een drukke dag.

Drukte betekent voor steeds meer mensen mentale drukte. Daarom is enige beweging ook goed voor je psychische huishouding: even je hoofd leegmaken, frisse lucht opdoen, en als je het even volhoudt, dan gaat je weerstand omhoog en kun je vaak beter om met stress. Niettemin zijn er ook veel mensen die zichzelf dan weer nieuwe stress opleggen doordat ze bepaalde objectieven ‘moeten’ halen. Dan doe je geen sport omdat je het graag doet, maar omdat je nog in dezelfde prestatielogica vastzit waartoe de economie ons quasi dwingt: vanuit de allesoverheersende concurrentie moeten we steeds beter doen om te overleven. En daarom is stilstaan achteruitgaan.

Blijft de vraag of we dat wel moeten toepassen in onze vrije tijd. Die tijd is, het woord zegt het zelf, het speelterrein van onze persoonlijke vrijheid. Indien we ook onze vrije tijd overladen met allerlei normen die we moeten behalen omdat anderen het ons voorzeggen, dan lijkt alles een maat voor niets geweest. Iets anders is op een gezonde manier de limieten van je lichamelijk kunnen aftasten. Daarom is trainen ook zo leuk. Maar het heerlijke gevoel op scherp te staan, is iets anders dan jezelf weer zoveel druk op te leggen, dat je hobby in niets meer verschilt van je werk. En dan is er van ‘vrije’ tijd natuurlijk geen sprake meer.

 

Ignaas Devisch (professor medische filosofie en ethiek, UGent en Arteveldehogeschool)

Column 6 van Ignaas Devisch :

 

Vriendschap

 

Sporters zijn doorgaans sociale dieren. Daarom sporten we in groepen. Dat is ook bij lopen vaak het geval. Mensen lopen samen, niet alleen om elkaar tijdens de sport te ontmoeten en er niet alleen voor te staan, maar ook omwille van het moment erna. In die zin is sporten zoals elke andere hobby: je leert er nieuwe mensen kennen en op termijn smeed je banden die tot vriendschap kunnen leiden.

Vrienden hebben, is een bijzonder groot goed. Vele vrienden komen en gaan, maar sommigen blijven. Een belangrijke voorwaarde daartoe is dat je elkaar regelmatig blijft ontmoeten. Vriendschap is infeite een beetje zoals sporten zelf: je moet het onderhouden of het verwatert. Doordat iedereen vandaag een drukke agenda heeft of minstens moet doen alsof hij of zij die heeft, is het delen van een hobby of een sociale activiteit een prima manier om elkaar tegen het lijf te lopen. Lopen bijvoorbeeld. Alleen lopen kan zeer leuk zijn, zeker als je echt eens moet uitwaaien en geen gepraat nodig hebt, maar in groep lopen is toch vrij onvervangbaar. Je versterkt elkaar want opgeven als anderen erbij zijn, doe je minder dan alleen, je raakt de moeilijke momenten doorheen met anderen rond je, en vooral de momenten daarna - samen de douche induiken, en de ‘après-ski’ - zijn vrij uniek.

Zeker dat laatste loopt wel eens uit de hand en levert een arsenaal aan anekdotes en fijne momenten op. Daarom is amateursport ook zo uniek. Een amateur is een liefhebber en dat moet ook zo blijven. Een amateur geniet want het gaat om ontspanning, zelfs al is daar een inspanning voor nodig. Wie zich tijdens zijn hobby als een professional gedraagt, heeft er job bij, en is een hobby kwijt. Denk daar maar eens aan bij de start van een marathon wanneer iedereen om je heen tjokvol stress aan de startlijn staat. Enjoy !

 

Ignaas Devisch (professor medische filosofie en ethiek, UGent en Arteveldehogeschool)

Column 5 van Ignaas Devisch :

 

De eerste keer

 

‘Kan ik het wel?’ ‘Zal het me lukken?’ Dat zijn de vragen waarmee elke marathonloper/loopster worstelt voor de start van de eerste marathon. Deze mythische afstand blijft meer dan ooit tot de verbeelding spreken, getuige het enorme aantal mensen dat zich elk jaar hiervoor inschrijft. Hoewel daardoor het lopen van een marathon een gewone zaak lijkt geworden, is het dat natuurlijk nooit. Vandaag is de omkadering, coaching en het materiaal van een gewone amateursporter enorm verbeterd waardoor meer mensen het tot een goed einde brengen, maar dat maakt de inspanning er niet minder om.

Een interessante vaststelling hierbij blijft dat vele mensen die het in het leven gemaakt hebben, de onzekerheid zelve zijn wanneer ze in een marathonverhaal stappen. Niet alleen omdat het inderdaad nog steeds een mythische afstand is, maar ook omdat je zelfs met een goeie voorbereiding nooit helemaal weet wat er met je lichaam zal gebeuren op pakweg kilometer 37. Lopen bedriegt immers nooit: als het lijf niet meer wil, dan kun je er prat op gaan dat het afgelopen is, hoe sterk je ook in je hoofd bent. Je voorbereiden voor een marathon is daarom een beetje zoals studeren voor een examen: hoe beter de voorbereiding, hoe minder geluk je nodig hebt en hoe minder toevallige factoren doorslaggevend zijn. Gelukkig is een marathon lopen zelf geen examen hoewel velen er misschien zo tegen aankijken: een zelftest waarvoor je niet wil falen. En laat nu net het opvoeren van die druk een stressfactor van jewelste zijn die je slaagkansen niet doen toenemen. Amateursport zou nochtans nooit stress mogen opleveren want een ander woord voor amateur is liefhebber. Wie het lopen lief heeft, legt zichzelf geen druk op, maar loopt de druk van zich af. Toch?

Ignaas Devisch (professor medische filosofie en ethiek, UGent en Arteveldehogeschool)

Column 4 van Ignaas Devisch :

 

Tijd

 

We hebben allemaal tijd tekort, schijnt het, en toch kijken enkele miljoenen Belgen elke avond uren na elkaar naar televisie. Allemaal programma's die iedereen 'toevallig' heeft gezien, zo blijkt telkens weer tijdens gesprekken tussen vrienden, om te suggereren dat ze 'onbedoeld' hebben gekeken; alsof er een innerlijke stem meeluistert die ons oproept om iets anders te doen dan televisie kijken. Soapseries bijvoorbeeld zijn van die programma's waarvan er dagelijks ongeveer 1 miljoen mensen 'toevallig naar kijken'.

Vanzelfsprekend moet iedereen kijken naar wat men interessant vindt, maar dat we geen tijd zouden vinden om af en toe een uurtje te bewegen, lijkt me in vele gevallen overtrokken. Uiteraard, met een job en kinderen is het nooit makkelijk en soms zijn de omstandigheden echt lastig: het zoeken van een babysit, het regelen van een huishouden, makkelijk is het nooit. En geld speelt ook een rol. Arme mensen hebben geen geld om tijd te kopen van anderen.

Dat bedoelde schrijfster Zadie Smith toen ze in haar interview in De Standaard van vorige week stelde dat je, om tien kilometer te kunnen rennen, je een kinderoppas nodig hebt, maar ook tijd, geld... Behalve talent, inzet en discipline, zijn er dus ook nog goeie omstandigheden nodig die ons tot beweging kunnen aanzetten. Maar eens die omstandigheden meezitten, zijn alle excuses overbodig. En hoewel steeds meer mensen in beweging komen, is er nog veel werk aan de winkel.

Wie weet komt er ooit nog een tijd dat we elkaar vertellen dat we 'toevallig' hebben gelopen? Daar zijn we tot nader inzien nog bijlange niet aan toe.

Ignaas Devisch (professor medische filosofie en ethiek, UGent en Arteveldehogeschool)

Column 3 van Ignaas Devisch :

 

Verveling

 

Wie vele kilometers aan hetzelfde tempo loopt kan zich wel eens vervelen. Dan verdrijven we de monotonie met muziek of iets anders. Een beetje vreemd is dat want de meeste mensen lopen voor hun plezier of om de sleur van hun werk te doorbreken, zeggen ze toch.

Lopen is natuurlijk monotoon, dat kan zowel bevrijdend aanvoelen als vervelend inwerken op je gemoed. Wie de cadans te pakken heeft, is vaak in staat om de gedachten de vrije loop te laten. Dan ‘maken we het hoofd leeg’. En kunnen we daarna weer verder. Maar wie wat tegen de windmolens moet aanvechten en moeilijk het tempo vindt, of wie er niet in slaagt de stress van overdag los te laten, komt niet of nauwelijks tot dat zenitpunt. Dan denk je maar aan één ding: wanneer kan ik stoppen?

Je zou dit ook kunnen beschrijven als het verschil tussen goeie en slechte dagen. Soms heb je energie op overschot en kan het niet meer stuk, dan is de wereld te klein. Een andere keer strompel je maar wat vooruit en gaan de kilometers tergend traag voorbij.

Het paradoxale aan dit alles is dat lopen het meest deugd doet, enfin, daarna dan toch, wanneer je het op moeilijke dagen toch hebt volgehouden. Dan is het vooral een kwestie van er gewoon aan te beginnen en geen excuus te zoeken. En ja, als een muziekje daarbij kan helpen, why not?

Maar misschien is samen lopen – run2gother you know – wel nog veel prettiger? Wie of wat houdt je tegen? Doen!

Ignaas Devisch (professor medische filosofie en ethiek, UGent en Arteveldehogeschool)

 

No pain, no gain

 

Sporten en pijn ervaren gaan samen. Pijn kan met veel verschillende zaken te maken hebben: inspanning, uitputting, letsels, trauma's. Daarom is leren omgaan met pijn een moeilijke zaak. Het motto 'leren luisteren naar je lichaam' is ons allen welbekend, maar wat indien we de signalen verkeerd begrijpen? Of wat indien ons lichaam verwarrende signalen uitstuurt, zoals geen dorst hebben terwijl je beter veel drinkt?

Met pijn leren omgaan, heeft alles te maken met ervaring. Wie een hoge pijndrempel heeft, zoals ondergetekende, loopt zichzelf vaak een blessure in, doordat hij pas veel te laat beseft dat de pijn een signaal is om er dringend mee op te houden.

Daarnaast is er de pijn als gevolg van intensieve inspanningen die op zich niet leiden tot letsels, maar wel een grote impact kunnen hebben tijdens het sporten. Wie veel pijn heeft, neigt ernaar te stoppen want, hoe stoer we ook zijn, 'no pain no gain' vraagt zeer veel, zowel tijdens de trainingsuren als de wedstrijden.

Wie goed voorbereid is tot het leveren van zware inspanningen, is ook voorbereid op het ervaren en inschatten van pijn. Dan train je jezelf in het niet opgeven terwijl je lichaam het tegenovergestelde van je vraagt. Dat is een complexe aangelegenheid want het vraagt dat je, om letsels te voorkomen, wel leert luisteren, maar om iets vol te houden, subtiel enkele signalen van je lichaam even aan de kant zet en mentale sterkte voor de dag legt. Wat er ook van zij, ons lichaam is een ongelooflijk complex mechanisme. Het kan ons in de steek laten op cruciale momenten en het kan ons zeer genadig zijn. Hoe meer lijf en hoofd elkaar leren kennen, hoe groter de kans op een geslaagde sportinspanning.

Ignaas Devisch (professor medische filosofie en ethiek, UGent en Arteveldehogeschool)

Lopen om te leven, leven om te lopen?

 

Met een grappige anekdote illustreerde de Nederlandse bioloog Midas Dekkers ooit de volgens hem volstrekte zinloosheid van lopen: akkoord, wanneer je loopt leef je gemiddeld een jaar langer, zo schreef hij, maar om dat te bekomen moet je een jaar van je leven spenderen aan lopen. Dus, waar zit dan de winst?

 

Hoewel grappig is de stelling betwistbaar. Velen willen tekenen voor een lang leven maar iedereen vreest de oude dag omdat we het associëren met ziek en hulpbehoevend zijn. En iedereen lijkt zich daar als een voldongen feit bij neer te leggen. Maar wat indien we ouder worden en toch fit zouden blijven? Waarom zou dat per definitie een onmogelijke zaak zijn? En wat indien we dat doen, niet één maar vele jaren langer fit blijven?

 

Stefaan Engels probeert met zijn nieuwste campagne Run2gether ons ervan te overtuigen dat sporten en bewegen de beste investering zijn in een lang en gezond leven. Zelf een vijftiger, maar af te lezen aan zijn sportprestaties nog lang niet van plan om in zijn zetel te hangen, wil hij ons warm maken voor het feit dat je helemaal geen topsporter hoeft te zijn om op een verantwoorde manier met je lichaam om te gaan. Door preventief te investeren in een gezonde leefstijl kun je veel ellende voorkomen en neemt de kans toe dat je langer fit en gezond blijft.

 

Daarom loopt Stefaan Engels 101 dagen lang rond de Watersportbaan en nodigt jullie allemaal uit om met hem mee te lopen en het plezier van het lopen te ontdekken.

Vanaf 12 november, to2gether!

 

Ignaas Devisch - filosoof

(Zijn laatste boek Rusteloosheid. Pleidooi voor een mateloos leven werd eerder dit jaar gepubliceerd bij de Bezige Bij, Amsterdam)